Motorcycle making a figure 8 for the AVB/AVD exam

Langzame slalom

De langzame slalom is voor veel leerlingen een van de lastigste onderdelen van het AVB-examen. Dat klinkt misschien vreemd, omdat je juist op heel lage snelheid rijdt. Juist dat maakt de oefening uitdagend.

Een motor is namelijk gebouwd om te rijden. Zodra je hem bijna stapvoets laat bewegen, moet je actief werken met je balans, je kijktechniek en de bediening van de koppeling en achterrem. Alles komt hier samen in één constante controlebeweging.

Wat deze oefening zo belangrijk maakt, is dat je leert de motor rustig en beheerst te houden in situaties waarin je eigenlijk weinig snelheid hebt om op terug te vallen.

Dat komt later goed van pas in het echte verkeer. Denk bijvoorbeeld aan langzaam manoeuvreren op een druk parkeerterrein bij een festival, rijden tussen voetgangers of het gecontroleerd sturen over een glad of nat wegdek met plassen. In al die situaties draait het uiteindelijk om precies hetzelfde: de motor stabiel en beheerst blijven aanvoelen, ook als het tempo laag ligt.

Hoe doe je het?

Bij de langzame slalom rijd je met de motor tussen een aantal pionnen die relatief dicht op elkaar staan. Je rijdt hierbij op wandeltempo, waardoor het juist een van de moeilijkere oefeningen wordt.

Wat deze oefening bijzonder maakt, is dat het niet draait om sturen alleen, maar om balans houden terwijl de motor bijna stil lijkt te gaan. Je werkt daarbij continu met een combinatie van koppeling, achterrem en lichaamsbalans om de motor rustig in beweging te houden.

De examinator kijkt niet alleen of je de pionnen raakt of netjes door de lijn komt, maar vooral of je de motor onder controle houdt zonder dat het rommelig wordt. Rust en beheersing zijn hier belangrijker dan snelheid of perfectie.

Om de oefening goed uit te voeren, houd je de koppeling in een punt waar de motor net genoeg aandrijving heeft om niet stil te vallen, maar ook niet te snel wordt. De achterrem gebruik je om het tempo te begrenzen; vaak rijdt de motor uit zichzelf al sneller dan gewenst in dit soort lage snelheden.

Ondertussen is je houding vooral ontspannen en gericht op vooruitkijken. Niet naar de pion die je net passeert, maar naar de volgende en het verloop van de lijn die je wilt rijden.

Dat kijken maakt vaak het grootste verschil. Hoe verder je blik vooruit ligt, hoe stabieler de motor aanvoelt en hoe makkelijker hij de bochtige lijn volgt.

Waar gaat het mis?

De grootste valkuil bij deze oefening is spanning.

Veel leerlingen worden stijf in hun armen en proberen de motor actief tussen de pionnen door te sturen. Juist daardoor wordt de motor onrustig en voelt de oefening moeilijker dan nodig is.

Ook wordt er vaak naar de pion gekeken waar je op dat moment langs rijdt. Dat is begrijpelijk, maar een motor volgt vaak je blik. Kijk je naar de pion, dan is de kans groot dat je er juist naartoe rijdt.

Daarnaast grijpen sommige leerlingen naar de voorrem zodra de motor uit balans voelt. Bij lage snelheid zorgt dat meestal voor nóg meer onrust en bestaat de kans dat je de motor niet meer overeind houdt. De achterrem is hier je vriend. Van de voorrem blijf je af.

Tips

  • Kijk naar de volgende pion, niet naar de pion naast je
  • Houd je armen ontspannen.
  • Klem de motor licht tussen je benen
  • Gebruik de achterrem om je snelheid te regelen
  • Houd de koppeling rustig in het frictiepunt
  • Vertrouw erop dat de motor meer balans heeft dan je denkt
  • Blijf van de voorrem af

Mijn ervaring

Dit was voor mij misschien wel de lastigste oefening van het hele AVB-traject. Met een zware motor stapvoets rijden voelde in het begin behoorlijk onnatuurlijk. Zodra ik merkte dat ik uit balans raakte, wilde ik corrigeren met mijn stuur of een voet aan de grond zetten.

Wat uiteindelijk hielp, was accepteren dat de motor een beetje mocht bewegen. Op het moment dat ik ontspande en verder vooruit keek naar de volgende pion, lukte de oefening steeds beter. Ook merkte ik dat het hielp om de motor meer vanuit mijn heupen te begeleiden, in plaats van hem actief met het stuur de bocht door te trekken.

Verder was ik in het begin te veel gefocust op langzaam rijden, terwijl het voor mij beter werkte als ik gewoon zo langzaam mogelijk reed, zonder de snelheid in de gaten te houden.

Achteraf denk ik dat deze oefening mij vooral leerde om de motor te vertrouwen. De techniek is belangrijk, maar op het moment dat ik ontspande en de motor liet doen waar hij voor gebouwd is, begon alles veel natuurlijker te voelen.

Officiële CBR-omschrijving

“De verplichte oefening in het tweede cluster is de langzame slalom. Er geldt geen richtlijn voor de snelheid. Gezien de geringe afstand tussen de pylonen ligt een stapvoets tempo voor de hand. Het gebruik van een slippende koppeling is bij deze oefening verplicht. Van belang is verder de combinatie van juiste bediening, langzaam rijden en het behouden van de balans. Dit alles doe je natuurlijk zonder de pylonen aan te raken.”

← Vorige oefening

Achteruit parkeren

Huidige oefening

Langzame slalom

Volgende oefening →

Wegrijden uit parkeervak

Minimal line drawing of a landscape with a sun, road, and mountains

IRON & GRACE • Riding Notes

Misschien vind je dit ook interessant om verder te verkennen:

Motorrijbewijs halen

De complete gids van eerste les tot zelfstandig de weg op.

Ontdek meer✦


Wat kost een motorrijbewijs?

Over lessen, examens, uitrusting en de investering die bijna niemand meerekent.

Ontdek meer ✦


Motorrijschool kiezen

Een goede instructeur maakt vaak meer verschil dan je denkt.

Ontdek meer ✦