Endless Roads • Buiten de Kaart • Plekken & Perspectieven
Le Pont du Diable — Waar de rivier haar verhaal vertelt
Een oude stenen brug, een vulkanische kloof en een koude rivier onder de zomerzon
Er zijn plekken die je bezoekt voor het uitzicht. En dan zijn er plekken waar het uitzicht pas het begin blijkt te zijn.
Le Pont du Diable, vlak bij het dorp Thueyts in de Ardèche, is zo’n plek. Van bovenaf zie je de oude stenen brug over een diepe vulkanische kloof liggen. Ver beneden slingert de rivier tussen donkere basaltwanden door, het water helder en uitnodigend in het zonlicht. Het is een mooi plaatje, absoluut. Maar op een warme zomerdag, wanneer je de rivier al hoort voordat je haar ziet, begint het eigenlijk pas echt.
En als je je zwemspullen bij je hebt, begrijp je al snel waarom je hier wat langer zou willen blijven.
Op zoek naar Le Pont du Diable
Als je niet weet waar je moet kijken, rijd je er gemakkelijk aan voorbij. Best bijzonder eigenlijk, voor een plek die zo bekend is in de omgeving van Thueyts. De brug zelf is vanaf verschillende punten boven de kloof te bewonderen, maar dat is vooral het ansichtkaartbeeld. Mooi om even bij stil te staan, alleen vertelt het nog niet het hele verhaal.
Daarvoor moet je dichter bij de rivier komen. Je kunt met de auto parkeren bij de brug, zodat je niet eerst een flinke wandeling hoeft te maken om bij het water te komen. Wie liever te voet op ontdekking gaat, kan de omgeving ook via de wandelpaden verkennen.
Beneden verandert het perspectief. De rotswanden komen dichterbij, het water neemt de aandacht over en de brug lijkt ineens onderdeel van een veel groter geheel. Wat van bovenaf een indrukwekkend bouwwerk is, vormt hier het decor voor iets veel eenvoudigers: een middag aan de rivier, met koude voeten, warme rotsen en alle tijd om nergens naartoe te hoeven.

In de vulkanische kloof
Het landschap rond Thueyts is gevormd door vuur, lang voordat iemand op het idee kwam hier een brug te bouwen. De donkere basaltwanden zijn overblijfselen van oude vulkanische activiteit. In de loop van de tijd heeft de Ardèche zich een weg door het gesteente gesleten, waardoor de smalle kloof ontstond die je hier nu ziet.
En daar, midden in dat ruige landschap, ligt Le Pont du Diable.
De brug is eigenlijk opvallend bescheiden. Geen bouwwerk dat alle aandacht opeist, maar een stenen boog die de twee zijden van de kloof met elkaar verbindt. Alsof hij er gewoon bij hoort. Misschien is dat juist wat hem zo mooi maakt. De donkere rotsen, de oude stenen en het stromende water hebben allemaal hun eigen plek, zonder dat iets probeert de hoofdrol te spelen.
Beneden trekt de rivier zich ondertussen weinig aan van wat er boven haar gebeurt. Ze stroomt langs de rotsen, zoekt haar weg door de kloof en doet dat waarschijnlijk al veel langer dan wij ons kunnen voorstellen.
Het gebied maakt deel uit van het regionale natuurpark Monts d’Ardèche, bekend om zijn bijzondere vulkanische landschap. Leuk om te weten, maar je hoeft de geologie niet te bestuderen om ervan te genieten. Soms is het genoeg om even om je heen te kijken en je af te vragen hoe zo’n landschap eigenlijk is ontstaan.
De rivier beneden
Wat je beneden als eerste opvalt, is niet de brug. Het is het water.
De Ardèche stroomt onder de stenen boog door, helder en koud tussen de rotsen. Op warme zomerdagen zoeken mensen hier verkoeling, met handdoeken op de kiezels en schoenen ergens binnen handbereik. Sommigen komen om te zwemmen, anderen om een tijdje in de zon te zitten of gewoon te kijken naar het water dat zich tussen de donkere rotsen door beweegt.
En natuurlijk blijft het niet altijd bij kijken. Je waadt door het ondiepe water, zoekt een plekje waar je lekker kunt zitten en klautert misschien nog een stukje verder over de rotsen. Er is genoeg te ontdekken zonder dat je er een hele tocht van hoeft te maken. Bovendien ziet de kloof er vanuit iedere hoek net weer even anders uit.
Vroeg of laat hoor je ergens een plons.
De rotsen rond de brug trekken ook bezoekers aan die graag een sprong in het water wagen. Vanaf sommige plekken ziet de rivier er bijna uit als een natuurlijk zwembad, met het zonlicht op het oppervlak en de donkere wanden eromheen. Toch blijft het een rivier, en dat is iets om rekening mee te houden. Stroming, wisselende waterstanden, gladde rotsen en obstakels onder water kunnen de situatie minder onschuldig maken dan ze vanaf de kant lijkt. Informeer naar de omstandigheden ter plekke, let op eventuele beperkingen en ga er niet zomaar van uit dat een plek geschikt is om vanaf de rotsen te springen.
Maar je hoeft natuurlijk helemaal niet de hoogte in om van het water te genieten. Soms is het mooiste moment juist het eenvoudigste: voorzichtig het koude water in stappen, even wennen aan de temperatuur en dan langzaam verder zakken. Na de warmte van de dag voelt dat heerlijk verfrissend. En wanneer je daarna weer op een warme rots zit, met de zon op je huid en het geluid van de rivier op de achtergrond, is er weinig reden om haast te maken.
Een plek om wat langer te blijven
Dat is misschien wel wat Le Pont du Diable zo aantrekkelijk maakt. Het is een plek waar je gemakkelijk langer blijft dan je van plan was.
Je zoekt een plekje tussen de rotsen, gaat zwemmen en laat je daarna weer opdrogen in de zon. Misschien loop je nog een stukje langs het water, of kijk je hoe andere bezoekers hun eigen plek in de kloof vinden. En tussendoor kijk je natuurlijk af en toe omhoog, naar de brug die daar al die tijd boven je ligt.
Er hoeft niet zo veel te gebeuren. Dat is juist het fijne eraan.
Wat op de kaart een korte tussenstop leek, wordt ongemerkt een halve middag. Je zwemt nog een keer, schuift een stukje op omdat de zon ergens anders prettiger valt en denkt er nog niet aan om je spullen bij elkaar te zoeken. Het is zo’n plek waar je niet per se iets hoeft te doen om het naar je zin te hebben.

De brug boven je
Vergeet ondertussen niet af en toe omhoog te kijken. De brug ligt ongeveer zeventien meter boven de rivier en verbindt de twee zijden van de kloof. Van beneden zie je pas goed hoe de stenen boog tussen de donkere rotswanden ligt.
Over de precieze geschiedenis van de huidige brug is niet alles duidelijk. Lokale bronnen verbinden het bouwwerk met de achttiende eeuw, al gaat de geschiedenis van het oversteken van deze kloof waarschijnlijk veel verder terug.
De naam is in ieder geval een stuk minder ingewikkeld: Le Pont du Diable, de Duivelsbrug.
In verschillende delen van Europa vind je bruggen die Pont du Diable heten, vaak met verhalen over onmogelijke bouwprojecten en een deal met de duivel. Ook Thueyts heeft zijn eigen legende, over twee jonge geliefden, een brug die in het donker werd gebouwd en een nogal ongelukkige afspraak.
In De geliefden van Thueyts vertellen we het volledige verhaal, waarin de legende ons verder voert dan de brug zelf, naar de duistere folklore die ermee verbonden is.
La Gueule d’Enfer
Alsof de Duivelsbrug nog niet genoeg tot de verbeelding spreekt, heeft het landschap bij Thueyts nog een plek met een minstens zo indrukwekkende naam: La Gueule d’Enfer.
De Mond van de Hel.
Het klinkt behoorlijk dramatisch voor een landschap waar het water rustig zijn weg vervolgt, maar als je de donkere rotsen en diepe openingen in de kloof ziet, begrijp je wel waar de naam vandaan komt. Het landschap is ruig, soms bijna onheilspellend, en laat genoeg ruimte voor je eigen fantasie.
Een brug wordt de Duivelsbrug. Een opening in de rotsen wordt de Mond van de Hel. En de rivier stroomt onverstoorbaar onder beide door.
Misschien is dat ook wel het mooie aan deze omgeving. Je hoeft niet overal een verhaal bij te kennen om je er iets bij voor te stellen.

Ga wanneer de rivier roept
De zomer is een heerlijke tijd om Le Pont du Diable te bezoeken. Niet alleen omdat de oude stenen brug er mooi uitziet in het zonlicht, maar vooral omdat je dan volop van de rivier kunt genieten. Het koude water, de warme rotsen en de schaduw die langzaam door de kloof verschuift, horen allemaal bij de ervaring.
Het is alleen geen verborgen geheim meer. Vooral in het hoogseizoen en tijdens weekenden kan het behoorlijk druk worden bij de zwemzone. Als je de keuze hebt, kom dan vroeg op de dag of juist wat later in de middag. De sfeer kan verrassend anders zijn wanneer je wat meer ruimte hebt om zelf een plekje te vinden.
Neem je zwemspullen mee als je het water in wilt en trek schoenen aan waarmee je stevig over de rotsen kunt lopen. Verder heb je weinig nodig. Misschien iets om op te zitten, wat te drinken en vooral de tijd om niet meteen weer verder te hoeven.
Neem de tijd
Er zijn plekken die je bezoekt omdat je ze wilt zien. Le Pont du Diable is een plek waar ik naartoe zou gaan omdat ik er wil zijn.
Om de oude brug boven me te zien liggen, de donkere rotsen te bekijken en het koude water in te gaan. Om daarna in de zon te zitten, nog een keer te zwemmen en pas op te staan wanneer ik er genoeg van heb. Niet omdat er niets anders te doen is, maar omdat het soms heerlijk is om even nergens anders mee bezig te zijn.
De brug is de reden waarom de plek je opvalt. De rivier is de reden waarom je blijft.
Natuurlijk zijn er indrukwekkendere bezienswaardigheden in de Ardèche. Hogere bergen, diepere kloven en uitzichten waar je vanzelf even stil van wordt. Maar Le Pont du Diable heeft iets eigens. De plek voelt ruig zonder dat je een grote expeditie hoeft te ondernemen, en ontspannen zonder dat je je hoeft te vervelen.
Dus zoek een plekje tussen de rotsen, laat je langzaam aan het koude water wennen en geniet van de middag. Kijk af en toe omhoog naar de oude brug, luister naar de rivier en blijf nog even zitten.
Je hoeft niet iedere plek meteen weer achter je te laten.




